Werken met de logische niveaus

Gregory Bateson heeft het model ontwikkeld. Hij onderscheidde 6 logische niveaus. In elke situatie (probleem of niet), spelen deze niveaus een rol. De niveaus zijn:

·         Omgeving

·         Gedrag

·         Vaardigheden

·         Overtuigingen

·         Identiteit

·         Spiritualiteit

Stel ik heb moeite met spreken in het openbaar. Hoe kunnen deze niveaus mij dan beïnvloeden? Let wel dit is voor iedereen anders.

Omgeving
Ik sta voor een zaal vol mensen. Ik sta achter een microfoon op een verhoogd podium. Hierdoor voel ik afstand. 

Gedrag
Ik houd een papier vast in de hoop dat me dat zal helpen. Ik kijk weinig de zaal in, bang dat ik afkeurende blikken zie. Uit angst dat ik de mensen niet boei, ga ik sneller praten.

Vaardigheden
Normaal gesproken kan ik de spanning breken met wat humor, nu heb ik mezelf geblokkeerd. Alhoewel ik geleerd heb op een training dat ik rustig moet spreken en de mensen goed moet aankijken, ben ik verstijfd van angst en kan ik er niet toe komen.

Overtuigingen
Ik had hier niet aan moeten beginnen, dit kan ik niet.
De mensen in de zaal weten meer dan ik, ik kan ze niets interessants vertellen.

Identiteit
Ik ben introvert, ik moet niet voor een groep gaan spreken.
Ik ben saai en heb niets interessants te vertellen.

Bestemming
Graag wil ik mijn zegje kunnen doen over onderwerpen die me raken. Ik wil anderen meenemen in mijn enthousiasme.

Hierboven zomaar een voorbeeld van elkaar tegenwerkende niveaus. Zoals je kunt zien werkt een vaardigheidstraining niet als de overtuigingen en de beleefde identiteit deze vaardigheden niet ondersteunen.